Hoe wordt MET (muscle energy technique) gebruikt door een osteopaat?
Muscle Energy technique is een vaak gebruikte techniek bij osteopaten omdat deze zowel de medewerking van de patiënten als de osteopaat vraagt en ook vooral omdat deze techniek al bewezen heeft dat hij zeer effectief is.
Osteopaat
T.J. Ruddy DO wordt aanzien als de pionier van Muscle energy techniek (MET). Hij beschouwde MET als een techniek waarbij de patiënt contracties van bepaalde spieren uitvoert tegen weerstand[i]. Deze techniek zou dan helpen om de bloeddoorstroming en lymfedoorstroming te verbeteren in welbepaalde regio’s en zou eveneens helpen om de proprioceptie bij mensen te verbeteren.
Naarmate meer en meer onderzoek werd gevoerd naar MET, kwamen verschillende onderzoekers er achter dat deze techniek ook andere eigenschappen had. Zo geloofde
osteopaat
Greenman P. dat MET ook kan dienen om een kortere, samengetrokken of spastische spier langer kan maken. Osteopaten Parsons en Marcer[ii] geloofden ook dat MET kan dienen om de drainage van gezwollen (oedema) weefsels te verbeteren. Freyer[iii] geloofde dat MET ook kan helpen om nieuw spierweefsel aan te maken of beter controle te krijgen over de contractie van spieren. Hij beweerde dat door zachte spiercontractie, afgestorven spierweefsel opnieuw geactiveerd zou worden.
Fysiology van MET
Volgens Chaitow[iv] zijn er 2 theorieën die de werking van MET verklaren. De ene is Post Isometrische Relaxatie (PIR), de andere is Reciprocal Inhibitie (RI).
- Bij PIR wordt een spier isometrisch samengestrokken waardoor de antagonist van deze spier belet wordt om samen te trekken waardoor ook minder spanning ontstaat in deze spier. De constante contracties van de golgi tendon organen zijn zeer belangrijk wanneer PIR gebruikt wordt omdat zij de spanning in de spieren en pezen bepalen. [v] Chaitow benadrukte wel dat bij het gebruik van deze techniek het zeer belangrijk is om het gewricht precies te positioneren zodat de juiste spanning wordt gezocht in het gewricht.
Andere onderzoeken ontkrachten ook de gevonden resultaten van Chaitow en Lewit. Condon en Hutton [vi] konden geen spieractiviteit vaststellen bij het traag stretchen van een spier waardoor ze ook concludeerde dat een spier niet voor een beperkte bewegingsvrijheid van een gewricht kan zorgen.
Osteopaat
Fryer geloofde dat eerder het bindweefsel van de pezen voor het uitrekken van de spieren zorgde, dan het uitrekken van het spierweefsel zelf. Hij noemde dit ‘tissue creep’.
Na het lezen van de meest recenste onderzoeken kunnen we concluderen dat PIR voornamelijk een biomechanisch principe is: een combinatie van veranderingen in het bindweefsel van de spier.
- RI gaat er van uit dat wanneer een spier isometrisch samengetrokken wordt, zijn antagonist zal afnemen in spanning. Dus de antagonist van een samengetrokken spier zal isometrisch samen getrokken worden. Ondanks deze theorie afstamt uit de jaren ’40-’50 is hier maar weinig onderzoek naar gevoerd en is het dus onmogelijk om een kritische kijk te geven of de theorie van RI effectief werkt of niet.
Dat een
osteopaat
gelooft dat MET zou helpen om de doorbloeding van de venen en lymfe te verbeteren is eenvoudig te verklaren. Bij iedere contractie van de spieren wordt het bloed in de venen en lymfe steeds dichter naar het hart gepompt. Door de spieren zachtjes samen te trekken en te laten ontspannen helpen we de venen en lymfekanalen om het bloed sneller en beter rond te pompen.
Verschillende vormen van MET
Er zijn 3 verschillende vormen van MET afhankelijk van de kracht uitgevoerd door de patiënt en door de therapeut.
1) Isometrische MET: Hierbij is de kracht van de osteopaat gelijk aan de kracht die de patiënt gebruikt om een spier te activeren. Er zal geen beweging in een gewricht gebeuren.
2) Isolytische MET: Hierbij is de kracht van de osteopaat groter dan de kracht gebruikt door de patiënt om een spier te activeren. Beweging van een gewricht zal gebeuren in de tegenovergestelde richting dan dat de patiënt wil door een spier te activeren.
3) Isokinetische MET: De kracht van de osteopaat is minder dan de kracht gebruikt door de patiënt om een spier te activeren. Beweging van het gewricht in de richting die de patiënt wil zal gebeuren.
MET gebruiken
Verschillende manieren om MET toe te passen zijn al reeds verschenen in de literatuur. De manier die een osteopaat het meest gebruikt is de volgende:
De osteopaat beweegt het gewricht in een bepaalde richting tot de osteopaat voelt dat de spieren geactiveerd worden om een bepaalde bewegingsvrijheid in het gewricht te krijgen. Dan houdt de osteopaat het gewricht in deze positie en laat de osteopaat de spier isometrisch(afhankelijk van de gekozen techniek) samentrekken. Door geen beweging toe te laten zal een fysiologische reactie gebeuren in de golgi tendon organen die een combinatie zal zijn van PIR of RI[viii]
Een MET techniek bestaat uit 6 fasen:
1) De osteopaat beweegt het gewricht tot hij voelt dat de spieren geactiveerd worden om een bepaalde bewegingsvrijheid in het gewricht te krijgen.
2) De patient zal de spier samentrekken met slecht 20-30% van de maximale kracht
3) De osteopaat zorgt dat er geen beweging mogelijk is in het gewricht
4) De patiënt ademt uit en ontspant het gewricht en de omringende spieren
5) De osteopaat zoek naar de volgende fase waarbij de spieren opnieuw geactiveerd worden om een bepaalde bewegingsvrijheid in het gewricht te krijgen.
6) Herhaal de 4 bovenvermelde stappen




